HR 2 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK3202

OM-cassatie. Omvang hoger beroep. Art. 407.2 Sv. Art. 423.4 Sv. De akte h.b. is blijkens de inhoud gericht tegen de feiten 1 en 3 en tegen de opgelegde straf. Het Hof spreekt vrij van de aan zijn oordeel onderworpen feiten en legt een straf op voor de feiten die niet aan het oordeel van het Hof waren onderworpen. Daarbij heeft het rekening gehouden met tekortkomingen van het OM in hoger beroep en een strafkorting toegepast. HR: in aanmerking genomen dat in geval van berechting van in eerste aanleg gevoegde zaken ingevolge art. 407.2 Sv het hoger beroep kan worden beperkt tot het vonnis vzv. dit een of meer der gevoegde zaken betreft, had het Hof verdachte niet mogen ontvangen in zijn appel, vzv. dit was gericht tegen de straf vzv. die was opgelegd ter zake van de niet aan het oordeel van het Hof onderworpen feiten. Indien bij samenloop van feiten niet tegen het vonnis in zijn geheel maar slechts tegen een of meer van die feiten hoger beroep is ingesteld, zal het Hof – in geval van vernietiging t.a.v. de sanctieoplegging – op de voet van art. 423.4 Sv voor de niet aan zijn oordeel onderworpen feiten de sanctie moeten “bepalen”. Dit betekent dat het Hof moet beslissen welk gedeelte van de hoofdstraf en/of de bijkomende straf(fen) en/of maatregel(en) geacht moeten worden door de eerste rechter te zijn opgelegd t.z.v. het feit of de feiten die niet aan het oordeel van het Hof is/zijn onderworpen. Het staat het Hof niet vrij daarbij omstandigheden te betrekken die in eerste aanleg niet aan de orde zijn geweest.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen