HR 16 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:593

Feitelijke leiding geven aan door rechtspersoon onttrekken aan beslag door als bestuurder van B.V. machinepark en inventaris te verkopen aan derde, art. 198.1 Sr. 1. Is (bodem-)beslag op machinepark resp. inventaris van B.V. gelegd 'krachtens de wet' a.b.i. art. 198.1 Sr, nu belastingdeurwaarder heeft verzuimd beslag te betekenen aan B.V.? Art. 435 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. 2. Heeft B.V. deel van machinepark resp. inventaris aan beslag onttrokken? Ad 1. Opvatting dat verzuim (bodem-)beslag tijdig te betekenen aan eigenaar van beslagen zaken, geldigheid van beslag aantast, is - mede gelet op wetsgeschiedenis bij art. 435.3 Rv- onjuist. Ad. 2. Voor vraag of sprake is van onttrekken in de zin van art. 198 Sr, is niet relevant of beslaglegger door aan verdachte verweten gedraging benadeeld - of bevoordeeld - is, aangezien art. 198 Sr niet beoogt belangen van beslaglegger te beschermen doch strekt tot eerbiediging van daad van openbaar gezag (vgl. ECLI:NL:HR:1995:ZD0176). Hof heeft vastgesteld dat ontvanger n.a.v. belastingschuld van B.V. invorderingsbeleid heeft versoepeld i.v.m. economische crisis onder voorwaarde dat lopende verplichtingen stipt dienden te worden voldaan en dat tot zekerheid (bodem-)beslag zou worden gelegd op bedrijfsinventaris en machinepark, dat dit (bodem-)beslag is gelegd op zaken die zich in door B.V. gehuurd bedrijfspand bevonden, dat ontvanger B.V. heeft laten weten dat B.V. zich niet aan voorwaarden heeft gehouden waarbij ontvanger regeling tot uitstel van betaling heeft opgezegd, dat vervolgens bleek dat B.V. deel van beslagen zaken heeft verkocht en geleverd aan derde, en dat bleek dat huur van bedrijfspand waarin deze zaken zich bevonden is beëindigd en dat huur van bedrijfspand door derde is overgenomen van B.V., in verband waarmee belastingdeurwaarder toegang tot bedrijfspand werd ontzegd. Gelet op deze omstandigheden en in aanmerking genomen hetgeen hiervoor is vooropgesteld, getuigt ‘s Hofs oordeel dat verkoop en levering van zaken waarop beslag rustte meebrengt dat die zaken aan dat beslag zijn onttrokken in de zin van art. 198.1 Sr, niet van onjuiste rechtsopvatting en is dat oordeel niet onbegrijpelijk. Dat zaken bedrijfspand waarin zij zich t.t.v. beslaglegging bevonden, niet hebben verlaten, leidt niet tot ander oordeel. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken