Hof Arnhem-Leeuwarden 3 maart 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:1552

Aan verdachte is ten laste gelegd het medeplegen van het onttrekken van goederen aan het krachtens de wet daarop gelegd beslag. Door de raadsman is betoogd, dat er op onrechtmatige wijze beslag is gelegd nu niet is voldaan aan het gestelde in artikel 443 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken, aldus de raadsman. Voorop wordt gesteld dat in het kader van het strafproces niet de materiële maar slechts de formele rechtmatigheid van het beslag kan worden getoetst. Het hof concludeert dat aan de formele aspecten van beslaglegging is voldaan. Wat er ook zij van eventuele materiële gebreken ten aanzien van de wijze van de beslaglegging, het is niet aan de strafrechter om hierover een oordeel uit te spreken. In casu geldt dit des te meer, nu de voorzieningenrechter zich reeds heeft uitgelaten over deze kwestie en heeft geoordeeld dat niet aannemelijk is gemaakt dat in strijd met artikel 443 Rv is gehandeld.Het hof verwerpt het verweer. Verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen