HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:604
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Procesrecht. Vonnis van meervoudige kamer rechtbank mede gewezen door rechter die inmiddels tot raadsheer in hof was benoemd. Is dat vonnis nietig op grond van art. 5 lid 2 RO? Is het vonnis ‘gewezen’ op moment dat de schriftelijke weergave van de beslissingen in concept gereed is, ook als nadien op ondergeschikte punten nog wijzigingen hebben plaatsgevonden? Vgl. HR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2607, NJ 2017/202. Moet, na vernietiging van het vonnis, de zaak worden teruggewezen naar dezelfde of een andere rechtbank of dient het hof zelf de zaak af te doen?
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2561
- HR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2607
- HR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2614
- HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:662
- HR 4 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2461
- HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076
- HR 17 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:97
- HR 11 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK0857