Hof Amsterdam 16 oktober 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3709
Goederenrecht. Bestanddeelvorming in de zin van artikel 3:4 lid 2 BW. Criterium “beschadiging van betekenis”. Gestold aluminium in elektrolyseovens is geen bestanddeel geworden van het elektrolysefabrieksgebouw. Faillissementsrecht. Positie van de pandhouder na het verstrijken van een door de curator gestelde termijn op grond van artikel 58 Fw. Misbruik van bevoegdheid door curatoren. Aansprakelijkheid uit onrechtmatig daad (artikel 6:162 BW) door te (doen) verhinderen dat de pandhouder het recht van parate executie kon uitoefenen. Schadebegroting. Zie ECLI:NL:GHAMS:2016:5510.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 31 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 223 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 234 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 5 RO
- Artikel 23 Fw
- Artikel 35 Fw
- Artikel 58 Fw
- Artikel 63a Fw
- Artikel 6:97 BW6
- Artikel 6:101 BW6
- Artikel 6:162 BW6
- Artikel 3:4 BW3
- Artikel 3:284 BW3
- Artikel 6 EVRM
Aangehaalde uitspraken
- HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:604
- HR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2607
- HR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2614
- HR 14 augustus 2015, ECLI:NL:HR:2015:2192
- HR 6 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:228
- HR 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2051
- HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828
- HR 11 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4846
- HR 19 april 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2047