Rb. Noord-Nederland 29 juni 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:2307

Economische zaak; art. 6.2 lid 1 Waterwet; art. 13 Wet bodembescherming. Verdachte heeft opzettelijk zonder vergunning van het waterschap restlading uit een sloptank van zijn schip in de Farmsumer haven gebracht en daarnaast (tezamen en in vereniging) een deel van die lading in de berm gebracht, terwijl verdachten opzettelijk niet aan hun verplichting hebben voldaan alle maatregelen te nemen ter voorkoming daarvan dan wel de verontreiniging en de gevolgen ervan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. Asfalt en klinkerbestrating zijn geen ‘bodem’ in de zin van de Wet Bodembescherming; een berm is dat wel. De verdachte kan, gelet op diens positie, ten aanzien van beide feiten als ‘dader’ worden beschouwd, die telkens opzettelijk heeft gehandeld. Het beroep van verdachte op de aanwezigheid van een verontschuldigbare dwaling ten aanzien van de feiten, wordt door de economische politierechter verworpen, nu hem niet van feiten en omstandigheden is gebleken die tot afwezigheid van schuld behoren te leiden. De economische politierechter spreekt verdachte van een deel van de tenlastelegging vrij en legt ten aanzien van bewezenverklaarde gedeelte een geldboete op van € 5000,- subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis, waarvan € 2500,- subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Aangevers – waterschap Hunze en Aa’s, gemeente Delfzijl en Groningen Seaports NV – hebben elk voor zich een vordering benadeelde partij ingediend. Verhouding tussen publiekrechtelijke regeling kostenverhaal ex art. 7.22 Waterwet resp. art. 75 Wet Bodembescherming en civiele actie uit onrechtmatige daad. Een benadeelde partij die zich in het strafproces heeft gevoegd en die een vordering indient van meer dan €25.000, is niet verplicht zich aldaar te laten vertegenwoordigen door een advocaat (art. 51f lid 4 Sv en art. 79 jo 93 Rv), zoals door de raadsvrouw is gesteld. De benadeelde partijen zijn niet-ontvankelijk in hun vorderingen aangezien een onderzoek naar de ingediende vorderingen zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken