HR 7 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:888

Witwassen, art. 420bis Sr. HR herhaalt recente rechtspraak over de kwalificatie van witwassen, i.h.b. ECLI:NL:HR:2014:3618. I.c. gaat het om onder verdachte in zijn woning aangetroffen geldbedragen van € 20.500,- en € 9.000,-. 's Hofs bewijsvoering houdt in dat het niet anders kan zijn dan dat de geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig zijn. Vervolgens heeft het Hof bij de kwalificatie van het bewezenverklaarde voorhanden hebben van deze geldbedragen als 'witwassen' - in minder juiste bewoordingen - tot uitdrukking gebracht dat niet "aannemelijk" is geworden dat die geldbedragen onmiddellijk afkomstig zijn uit een door verdachte zelf begaan misdrijf. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk. Niet alleen vloeit het tegendeel niet rechtstreeks voort uit 's Hofs bewijsvoering en is door of namens verdachte niets aangevoerd over het op 8 september 2008 voorhanden hebben van die geldbedragen door eigen misdrijf, maar de onder 2 bewezenverklaarde misdrijven (kort gezegd: uitvoer van cocaïne in de maand juni 2008 en voorbereiding van de verkoop enz. van cocaïne op 8 september 2008) zijn ook niet zodanig dat daaruit z.m. volgt dat verdachte de geldbedragen kennelijk door deze misdrijven heeft verworven of voorhanden heeft gehad. Conclusie AG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken