HR 16 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1655
Witwassen, art. 420bis Sr. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:888. In het onderhavige geval gaat het om een onder verdachte in zijn woning aangetroffen geldbedrag van € 3.100,-. ’s Hofs bewijsvoering houdt in dat het niet anders kan zijn dan dat dit geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is. Voorts heeft het Hof kennelijk geoordeeld dat niet “aannemelijk” is geworden dat dit geldbedrag onmiddellijk afkomstig is uit een door verdachte zelf begaan misdrijf. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk. Door en namens verdachte is ten verwere aangevoerd dat al het aangetroffen geld een legale herkomst had - en dus niet door eigen misdrijf is verkregen -, welk verweer door het Hof t.a.v. het bewezenverklaarde gedeelte is verworpen, terwijl de aanwezigheid van een handelshoeveelheid XTC-pillen en voorwerpen “vermoedelijk afkomstig van een hennepplantage” ook niet zodanig is dat daaruit z.m. volgt dat verdachte het geldbedrag kennelijk onmiddellijk door eigen eerdere verkoop van XTC-pillen of door hem gekweekte hennep heeft verworven of voorhanden heeft gehad. Het middel faalt. Conclusie AG: anders
De uitspraak op rechtspraak.nl