HR 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:150
1. Unus testis. 2. Bewijsoverweging en f&o die door de rechter redengevend worden geacht voor de bewezenverklaring. 3. Witwassen door het verwerven en voorhanden hebben van een voorwerp afkomstig uit een door verdachte zelf begaan misdrijf. Ad 1. HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN BM2452.Het Hof heeft gemotiveerd dat en waarom het van oordeel is dat voldoende steunbewijs voor de belastende verklaringen van de aangeefster te vinden is in de verklaringen van anderen. I.c. kan, mede gelet op die nadere motivering, niet worden gezegd dat de tot het bewijs gebezigde verklaringen van aangeefster onvoldoende steun vinden in het overige bewijsmateriaal. Geen sprake van schending van art. 342.2 Sv. Ad 2. HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN BA5858. De klacht dat het Hof in zijn bewijsoverweging f&o heeft vermeld die niet uit de gebezigde bewijsmiddelen volgen, en dat het Hof niet heeft aangegeven aan welke wettige bewijsmiddelen het deze omstandigheden heeft ontleend, mist deels feitelijke grondslag, en ziet voorts op een onderdeel dat van zo ondergeschikt belang is dat de klacht niet tot cassatie kan leiden. Ad 3. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN BM4440, HR LJN BA7923, HR LJN AU6712, HR LJN BX6910 en HR LJN CA3302. I.c. gaat het om het bewezenverklaarde verwerven en voorhanden hebben van een voorwerp - te weten geldbedragen - die afkomstig zijn uit door verdachte zelf begane misdrijven en heeft het Hof geoordeeld dat zulks (gewoonte)witwassen oplevert. Aangezien uit de motivering echter niet kan worden afgeleid dat sprake is van meer dan het enkele verwerven en voorhanden hebben van dat geldbedrag doordat de gedragingen van verdachte ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat geldbedrag, is ’s Hofs oordeel ontoereikend gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl