HR 17 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:602

Bevestiging vonnis Pr met daarin slechts opgave bwm. Art. 378.2 Sv en art. 3 onder d Regeling aantekening mondeling vonnis (Stcrt. 1996, 197). Ttz. in h.b. is vd noch zijn rm verschenen, verstek. De aan het middel ten grondslag liggende opvatting dat in de AMV wat betreft de inhoud van de gebezigde bwm slechts in het geval a.b.i. de tweede volzin van art. 359.3 Sv (bekennende verdachte) mag worden verwezen naar de processtukken, vindt geen steun in de Regeling noch in art. 359 Sv noch in de geschiedenis van de totstandkoming van de tweede volzin van art. 359.3 Sv (vgl. ECLI:NL:HR:2010:BK5605, NJ 2010/7). CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken