HR 1 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2454

Gedeeltelijke bevestiging amv Pr door MK Hof. Mag een amv, die wat betreft de inhoud van de gebezigde bwm in overeenstemming met de Regeling amv door Pr, Kr, Eco. Pr, Kr en EK in h.b. (Stcrt. 1996, 197) verwijst naar het pv tz en andere processtukken slechts in het geval a.b.i. art. 359.3 tweede volzin Sv (bekennende vd) door het Hof worden bevestigd? HR herhaalt ECLI:NL:HR:2010:BM0256, NJ 2011/294 m.b.t. de toepassing van art. 423 Sv. O.g.v. art. 423.1 Sv is zowel de MK als de EK van het Hof bevoegd een in e.a. gewezen vonnis te bevestigen. Dat geldt ook indien het gaat om een mondeling vonnis dat in het pv tz is aangetekend op de wijze als in de Regeling bepaald. Indien die amv wat betreft de inhoud van de gebezigde bwm - in overeenstemming met de Regeling - verwijst naar het pv tz en/of andere processtukken, is het Hof in geval van bevestiging van het vonnis niet gehouden de inhoud van die stukken (alsnog) in zijn arrest op te nemen. De opvatting van het middel dat zodanige bevestiging slechts is toegestaan in het geval a.b.i. art. 359.3 tweede volzin Sv (bekennende vd) vindt geen steun in voormelde Regeling noch in art. 359 Sv noch in de totstandkomingsgeschiedenis van art. 359.3 tweede volzin Sv (ECLI:NL:HR:2009:BK5605, NJ 2010/7 en ECLI:NL:HR:2015:602, NJ 2015/176). Zelfs indien t.tz. van de MK in h.b. door vd alsnog anders is verklaard of door zijn rm vrijspraak is bepleit, staat het de appelrechter vrij een amv als vorenbedoeld te bevestigen, zij het - o.g.v. art. 359.3 tweede volzin Sv - met aanvulling van gronden, dus met opneming in het arrest van de inhoud van de gebezigde bwm (ECLI:NL:HR:2011:BO7971).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken