HR 22 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1257
Inkomstenbelasting; art. 3.65 Wet IB 2001. Beslissing op een verzoek om geruisloze inbreng met terugwerkende kracht; belanghebbende geniet in de (voor)voorperiode een incidentele hoge ondernemingsbate; het belastingvoordeel, behaald doordat deze bij de besloten vennootschap wordt belast, is niet een incidenteel fiscaal voordeel dat aan terugwerkende kracht van de inbreng in de weg staat.
De uitspraak op rechtspraak.nl