HR 19 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1256

1. Gewoontewitwassen, art. 420ter Sr. 2. Last tot tul van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf. Ad 1. HR verwijst naar relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:150, en uit ECLI:NL:HR:2013:2001 en ECLI:NL:HR:2014:702. Uit hetgeen het Hof heeft overwogen omtrent de aanwending door verdachte van verduisterde gelden voor de aanschaf van diverse goederen, in samenhang met de in de bewezenverklaring onder 2 omschreven verduisterde voorwerpen, volgt dat m.b.t. een aantal van de in de bewezenverklaring onder 3 omschreven voorwerpen sprake is van een geval a.b.i. ECLI:NL:HR:2014:3618, rov. 2.3.2 onder (i). Gelet hierop schiet de motivering van het oordeel dat het onder 3 bewezenverklaarde ook o.g.v. het voorhanden hebben van voornoemde voorwerpen als gewoontewitwassen kan worden gekwalificeerd, tekort, nu het Hof m.b.t. deze voorwerpen geen concrete handelingen heeft vastgesteld waaruit voortvloeit dat verdachte daarmee de criminele herkomst van deze verduisterde voorwerpen heeft getracht te verbergen of te verhullen. Voor vernietiging van de bestreden uitspraak deswege en terugwijzing of verwijzing van de zaak voor een nieuwe behandeling bestaat echter onvoldoende grond, aangezien het voorgaande niet leidt tot een andere kwalificatie van het onder 3 bewezenverklaarde gewoontewitwassen, terwijl ook de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten in hun geheel beschouwd, mede in het licht van de strafmotivering, niet tot zo’n partiële vernietiging nopen. Ad 2. Het middel faalt omdat het miskent dat in een geval als het onderhavige, waarin het gaat om niet-naleving van de algemene voorwaarde a.b.i. art. 14c.1.ahf.a Sr, ook een strafbaar feit dat weliswaar is begaan ná de uitspraak waarbij de voorwaardelijke straf is opgelegd maar vóór het ingaan van de proeftijd tot tul aanleiding kan geven (vgl. ECLI:NL:HR:2005:AT5752 en ECLI:NL:HR:2009:BJ7258).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken