Rb. Den Haag 3 juni 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:6279

Verdachte heeft in een instelling van GGZ Delfland een medepatiënt gewurgd en een andere medepatiënt getracht te wurgen. De rechtbank verwerpt het verweer dat geen sprake is van opzet. Voorbedachte raad acht de rechtbank niet bewezen. De rechtbank acht doodslag en poging tot doodslag, meermalen gepleegd, wettig en overtuigend bewezen. Verdachte wordt vrijgesproken van het mishandelen van een medewerker van het PPC Den Haag. Verdachte was ten tijde van het plegen van de feiten in GGZ Delfland ontoerekeningsvatbaar. De rechtbank ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging. De rechtbank legt aan verdachte de maatregel TBS met voorwaarden op en beveelt daarbij de dadelijke uitvoerbaarheid. De uitvoering van deze maatregel is met voldoende waarborgen met betrekking tot de beveiliging van de maatschappij omkleed.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken