HR 7 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:37
Profijtontneming. N-o verklaring betrokkene in h.b. Art. 511e.1 en 2 (oud) Sv. Nu in cassatie ervan moet worden uitgegaan dat een p-v van de tz. van de Rb. niet is opgemaakt kan niet worden vastgesteld of de dag van de uitspraak op die tz. is bekendgemaakt. Het p-v van de tz. is i.b. de enige kenbron voor de ttz. in acht genomen vormen (ECLI:NL:HR:2005:AU1993). Anders dan het Hof heeft geoordeeld kan die bekendmaking niet worden afgeleid uit de aantekeningen op de door de A-G bij het Hof overgelegde zittingslijst van de tz. van de Rb. ’s Hofs oordeel dat binnen 14 dagen na de uitspraak van de Rb door betrokkene h.b. had moeten worden ingesteld, is ontoereikend gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl