Hof 's-Hertogenbosch 11 juni 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:1797
Het hof veroordeelt verdachte voor het medeplegen van voorbereidingshandelingen, ex artikel 10a Opiumwet. Het hof spreekt verdachte vrij van schending van de meldplicht, nu het hof de aard van de gedragingen van verdachte en de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden – het vervoeren en/of ontvangen en/of opslaan en/of voorhanden hebben van geregistreerde stoffen – niet zodanig acht dat in casu sprake is van een meldingsplichtig ‘voorval’, zoals bedoeld in artikel 8 lid 1 Verordening 273/2004. Voorts is het hof van oordeel dat met betrekking tot de bewezenverklaarde drie transporten, er geen sprake is van een voortgezette handeling. Het hof veroordeelt verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaar, en een taakstraf van 240 uur.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:280
- HR 5 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:831
- HR 20 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1111
- HR 20 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1112
- HR 20 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1113
- HR 20 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1114
- HR 20 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1115
- HR 23 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2757
- HR 23 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX6767
- HR, ECLI:NL:HR:2001:BA3142