Conclusie A-G Knigge 3 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1378
Vervolg op ECLI:NL:HR:2011:BQ0048. Bewijsklacht wetenschap bestemming, art. 10a Opiumwet. ’s Hofs oordeel dat vd, die al voor zijn aanhouding op het vliegveld had begrepen dat hij “een fout” had gemaakt, wist dat de poedermengsels van paracetamol en cafeïne resp. fenacetine, bestemd waren om een feit bedoeld in art. 10.4 Ow, t.w. het opzettelijk bewerken van een hoeveelheid heroïne en cocaïne, voor te bereiden en/of te bevorderen, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat het Hof klaarblijkelijk heeft aangenomen en heeft kunnen aannemen dat vd bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de poedermengsels de “illegale/criminele bestemming” van het versnijden van drugs zouden hebben.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 15 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:920
- HR 28 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:179
- HR 18 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BZ3934
- HR 18 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BZ3936
- HR 23 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX6767
- HR 20 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0070
- HR 12 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ0048
- HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578
- HR 20 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ0213
- HR 17 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN9358