Rb. Midden-Nederland 18 maart 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:1642
De rechtbank acht bewezen dat verdachte op de militariabeurs van 21 augustus 2021 een dolk, met daarop een SS-teken, adelaar, hakenkruis en de inscriptie "Meine Ehre heisst Treue", tentoon heeft gesteld en te koop heeft aangeboden. Het oordeel van de rechtbank dat in dit geval geen sprake is van een zodanig dringende maatschappelijke behoefte, als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het EVRM, dat verdachte wordt veroordeeld voor het in voorraad hebben van een SS-dolk leidt ertoe dat artikel 137e Sr, in verband met het bepaalde in artikel 94 van de Grondwet, buiten toepassing moet worden gelaten. Toepassing daarvan is in dit geval immers niet verenigbaar met artikel 10 van het EVRM. Het bewezen verklaarde feit is daarom niet strafbaar en de verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging.
De uitspraak op rechtspraak.nl