Rb. Midden-Nederland 18 maart 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:1646

De rechtbank acht bewezen dat verdachte twee standhouders, op de door verdachte georganiseerde militariabeurs van 21 augustus 2021, de gelegenheid heeft gegeven en de middelen heeft verschaft om op die beurs meerdere dolken, met daarop een SS-teken, adelaar, hakenkruis en de inscriptie "Meine Ehre heisst Treue", tentoon te stellen en te koop aan te bieden. Het oordeel van de rechtbank dat in dit geval geen sprake is van een zodanig dringende maatschappelijke behoefte, als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het EVRM, dat verdachte wordt veroordeeld voor het in voorraad hebben van SS-dolken leidt ertoe dat artikel 137e Sr, in verband met het bepaalde in artikel 94 van de Grondwet, buiten toepassing moet worden gelaten. Toepassing daarvan is in dit geval immers niet verenigbaar met artikel 10 van het EVRM. Het bewezen verklaarde feit is daarom niet strafbaar en de verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken