HR 28 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6561

Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep. Omvang hoger beroep. Consequenties niet-naleving van art. 407 Sv. Ontoelaatbare beperking instellen hoger beroep. Het Hof heeft vastgesteld dat blijkens de akte instellen rechtsmiddel het hoger beroep van verdachte niet was gericht tegen de beslissing van de Politierechter op de vordering tot tenuitvoerlegging. Het Hof heeft terecht geoordeeld dat die beslissing niet valt aan te merken als een “gevoegde zaak” in de zin van art. 407.2 Sv. Het ingestelde hoger beroep strookt dus niet met art. 407 Sv. Het middel stelt de vraag aan de orde welke consequenties moeten worden verbonden aan de niet-naleving van art. 407 Sv doordat bij het instellen van het hoger beroep een ontoelaatbare beperking is aangebracht. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN BP2709 en HR LJN BO4030. De raadsman heeft ter terechtzitting aangevoerd dat, voor zover het niet mogelijk is het hoger beroep te beperken tot het vonnis van de Politierechter zonder de beslissing over de vordering tenuitvoerlegging, het appel is gericht tegen het vonnis in zijn geheel. Dit kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als verklaring het hoger beroep zonder deze in de appelakte ten onrechte aangebrachte beperking te willen doorzetten. Het oordeel van het Hof dat verdachte niet-ontvankelijk is in het hoger beroep geeft dan ook blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen