Conclusie A-G Spronken 19 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:508

Intrekking h.b. mogelijk na terugwijzing zaak door HR? De HR stelt voorop dat tot de aanvang van de behandeling van het h.b. de mogelijkheid bestaat het h.b. geheel of gedeeltelijk in te trekken op de wijze die in de art. 453 en 454 Sv is voorzien (vgl. ECLI:NL:HR:2011:BP2709). Daarmee wordt gedoeld op de eerste tz. in h.b. Daaronder is niet begrepen de eerste tz. in h.b. volgend op een geslaagd cassatieberoep met een verwijzingsopdracht van de HR aan een hof om de zaak op het bestaande h.b. geheel of ten dele opnieuw dan wel verder te berechten en af te doen. In ECLI:NL:HR:2011:BP2709 is voorts geoordeeld dat indien na de aanvang van de behandeling van het h.b. bezwaren niet worden gehandhaafd, e.d. ‘intrekking’ onder omstandigheden tot toepassing van art. 416.2 en 416.3 Sv kan leiden, om welke toepassing procespartijen kunnen verzoeken. Die regel geldt niet bij de voortzetting van de behandeling van het h.b. na een geslaagd cassatieberoep. ’s Hofs kennelijke oordeel dat verdachte zijn h.b. niet meer kon intrekken na het (deels) geslaagde cassatieberoep is juist. Hetzelfde geldt voor zijn kennelijke oordeel dat het na de terugwijzing van de zaak door de HR niet langer handhaven van de bezwaren, geen consequenties kon hebben voor de ontvankelijkheid en omvang van het h.b.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken