HR 15 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB9890

Conservatoir beslag. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN ZD1907 t.a.v. hetgeen de rechter dient te onderzoeken bij de beoordeling van een klaagschrift gericht tegen een beslag a.b.i. art. 94a.2 Sv. De Rb. heeft bij de beoordeling van het klaagschrift betrokken dat jegens klager de verdenking is gerezen van een misdrijf waarvoor een geldboete van de 5e categorie kan worden opgelegd en dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan klager een geldboete dan wel de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen. Aldus heeft de Rb. de juiste maatstaf aangelegd. Die maatstaf vergt niet een onderzoek naar de proportionaliteit tussen de waarde van de inbeslaggenomen voorwerpen en de hoogte van de evt. op te leggen geldboete of van het te ontnemen bedrag. Omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat de rechter in de motivering van zijn beslissing ervan blijk dient te geven een dergelijk onderzoek te hebben verricht. Zodanige omstandigheden zijn hier niet gebleken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen