Rb. Zeeland-West-Brabant 22 december 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:8626

Hoger beroep tegen beslissing van de rechter-commissaris tot afwijzing machtiging conservatoir beslag gegrond verklaard. De rechtbank dient te beoordelen of de rechter-commissaris de beslissing tot afwijzing van de vordering machtiging tot het leggen van conservatoir beslag ten behoeve van de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, waartoe verdachte reeds door de politierechter is veroordeeld, op juiste gronden heeft genomen. De voorwaarden hiertoe zijn neergelegd in de artikelen 94a en 103 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Uit de beslissing van de rechter-commissaris blijkt dat de vordering tot het leggen van conservatoir beslag is afgewezen, nu er geen lijst is overgelegd waarin wordt vermeld op welke voorwerpen het gevorderde beslag zal worden gelegd en (indien op voorhand bepaalbaar) de geschatte waarde per voorwerp. De rechtbank overweegt dat uit artikel 94c Sv niet als aan de machtiging te stellen eis voortvloeit dat daarin wordt vermeld op welke specifieke voorwerpen beslag mag worden gelegd. Het nieuwe beleid van de rechter-commissaris heeft dus geen wettelijke grondslag.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken