HR 21 september 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1533

Zware mishandeling, art. 302.1 Sr. Vordering b.p. Rechtstreekse schade. 1. Kunnen kosten voor inschrijving bij woningstichting worden aangemerkt als rechtstreekse schade? 2. Kunnen kosten rechtsbijstand worden aangemerkt als rechtstreekse schade? Ad 1. Art. 361.2.b Sv stelt voor ontvankelijkheid vordering b.p. eis dat aan haar rechtstreekse schade is toegebracht door bewezenverklaard feit. Namens b.p. is als toelichting op gevorderde schadevergoeding aangevoerd dat b.p. zich enkele dagen nadat hij slachtoffer is geworden van tlgd. feit bij woningstichting heeft laten inschrijven voor woning om uit buurt van verdachte te komen. Door vervolgens te oordelen dat t.z.v. die inschrijving gemaakte kosten voor toewijzing in aanmerking komen heeft Hof geen blijk gegeven van onjuiste rechtsopvatting, i.h.b. niet omtrent begrip "rechtstreekse schade" in art. 361.2.b Sv. Ad 2. Gelet op hetgeen onder "rechtstreekse schade" dient te worden verstaan geeft ‘s Hofs kennelijke oordeel dat gevorderde schadevergoeding t.z.v. "eigen bijdrage rechtsbijstand" kan worden aangemerkt als rechtstreekse schade die is toegebracht door bewezenverklaard feit, blijk van onjuiste rechtsopvatting. Hof heeft vordering dus in zoverre ten onrechte ontvankelijk geacht. O.g.v. art. 361.5 Sv kan verdachte echter wel worden veroordeeld in deze door b.p. gemaakte kosten. HR geeft alsnog toepassing aan deze bepaling. Volgt partiële vernietiging (wat betreft beslissing op vordering b.p. en opgelegde schadevergoedingsmaatregel) en afdoening HR.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen