HR 11 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:653
Vordering b.p. Kosten rechtsbijstand. Liquidatietarief. HR herhaalt uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1533 en ECLI:NL:HR:2000:ZD1786 dat rechtsbijstandskosten geen rechtstreekse schade zijn a.b.i. art. 51f.1 Sv en daarom niet als onderdeel van de schade in de zin van art. 51f Sv kunnen worden gevorderd, dan wel in aanmerking kunnen worden genomen bij de oplegging van de svm. Wel zijn ze te rekenen tot de proceskosten waaromtrent de rechter ex art. 592a Sv een afzonderlijke beslissing dient te geven die ex art. 361.6 Sv in het vonnis dient te worden opgenomen. Voorts herhaalt de HR ECLI:NL:HR:2001:AB1819 en ECLI:NL:HR:2002:AD8866 m.b.t. de i.h.k.v. art. 592a Sv te hanteren maatstaf en het in civiele procedures gehanteerde liquidatietarief. De rechter kan het aangewezen achten het “liquidatietarief kantonzaken” toe te passen als de vordering beneden de bevoegdheidsgrens van de kantonrechter blijft dan wel in voorkomende gevallen de proceskosten berekenen overeenkomstig het “liquidatietarief rechtbank of hof”. De rechter kan evenwel van het door hem toepasselijk geachte liquidatietarief afwijken, al zal hij wanneer hij de werkelijke kosten wenst te vergoeden, die afwijking dienen te motiveren (vgl. ECLI:NL:HR:2009:BG7995). I.c. heeft het hof onder het aan de b.p. toegekende bedrag de kosten voor rechtsbijstand begrepen en heeft dientengevolge die kosten ook in aanmerking genomen bij de oplegging van de maatregel van art. 36f.1 Sr. Daarmee heeft het hof miskend hetgeen hiervoor is overwogen. Volgt gedeeltelijke vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 237 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 238 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 239 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 241 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 79 RO
- Artikel 81 RO
- Artikel 36f Sr
- Artikel 51f Sv
- Artikel 333 Sv
- Artikel 335 Sv
- Artikel 361 Sv
- Artikel 440 Sv
- Artikel 6:96 BW6