HR 11 januari 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC8448

Militaire zaak. Belediging door andere militair in zijn gezicht te spugen (art. 266.1 Sr). Klachtvereiste, art. 164.1 Sv. Is het een feit van algemene bekendheid dat doen van aangifte/klacht een verzoek tot vervolging inhoudt, tenzij uitdrukkelijk het tegendeel blijkt? In aanmerking genomen dat art. 164 Sv ertoe strekt te doen vaststaan dat tot klacht gerechtigde persoon uitdrukkelijk heeft verzocht strafvervolging in te stellen, heeft hof blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting t.a.v. dit art. bij zijn kennelijke oordeel dat te dezen zodanig verzoek in gedane aangifte/klacht ligt besloten op de grond dat het van algemene bekendheid is dat doen van aangifte/klacht een verzoek tot vervolging inhoudt, tenzij uitdrukkelijk het tegendeel blijkt. HR merkt op dat indien als klacht bedoeld stuk wel aangifte maar geen verzoek tot vervolging inhoudt, niettemin bestaan van klacht a.b.i. art. 164.1 Sv kan worden aangenomen indien o.g.v. onderzoek ttz. komt vast te staan dat klager t.t.v. opmaken van bedoeld stuk de bedoeling had dat vervolging zou worden ingesteld. Te dezen is echter omtrent zodanige bedoeling door hof, niets vastgesteld. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen