HR 14 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1198

Na uithuisplaatsing en plaatsing in een gezinshuis van zijn dochters heeft verdachte op een website allerlei uitlatingen gedaan over dit gezinshuis en zijn medewerkers. 1. Klachtvereiste smaad, art. 269 Sr. 2. en 3. Smaad, “bepaalde feiten” a.b.i. art. 261.1 Sr. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2011:BP1278 en ECLI:NL:HR:1994:ZC8448, NJ 1994/278 m.b.t. klachtvereiste ex art. 269 Sr en art. 164 Sv. Gelet hierop is ’s Hofs oordeel dat het ontbreken van een schriftelijke volmacht a.b.i. art. 164.1 Sv zonder gevolgen kan blijven op de enkele grond dat uit de nagenoeg samenvallende belangen van A en gezinshuis B kan worden afgeleid dat zowel A als gezinshuis B t.t.v. het doen van aangifte onmiskenbaar de bedoeling hadden dat strafvervolging tegen verdachte zou worden ingesteld, niet toereikend gemotiveerd. Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BI1171 m.b.t. tll. van een “bepaald feit” a.b.i. art. 261 Sr. De in de bewezenverklaring voorkomende feitelijke omschrijvingen van de "bepaalde feiten" waarvan verdachte C en D op zijn website heeft beschuldigd, houden in dat "kampfbewaarster" C tijdens een bezoekuur een kind heeft verboden naar de wc te gaan, waarbij verdachte zich afvraagt of we echt naar de praktijken van Nazi Duitsland gaan, en dat D "Nazi praktijken" erop na lijkt te houden door de ouders op alle mogelijke en ziekelijke manieren dwars te zitten om de kinderen terug te krijgen. Gelet op de vooropstelling is ’s Hofs oordeel dat verdachte aldus de eer en de goede naam van C en D heeft aangerand door tll. van "een of meer bepaalde feiten", niet begrijpelijk. Ad 3. De in de bewezenverklaring voorkomende feitelijke omschrijvingen van de "bepaalde feiten" waarvan verdachte A en gezinshuis B op zijn website heeft beschuldigd, houden in dat wordt geprobeerd moslims te bekeren tot het christelijk geloof, bij deze christelijke gemeenschap drugs, alcohol en veel seks worden gebruikt, en een donker gekleurd iemand, die daar leiding heeft, seks schijnt te hebben met de uithuisgeplaatsen aldaar, terwijl de familie die deze stichting 'runt' van de meeste praktijken op de hoogte is en daaraan bijdraagt, het gezinshuis kinderen opstookt tegen hun vader en moeder en een dochter onder druk van het gezinshuis aangifte heeft gedaan tegen haar vader wegens bedreiging. Gelet op de vooropstelling is ’s Hofs oordeel dat verdachte aldus de eer en de goede naam van A en gezinshuis B heeft aangerand door tll. van "een of meer bepaalde feiten", niet begrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken