HR 10 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:13
Belaging door honderden sms-berichten te sturen naar medewerkers van ouderenzorgorganisatie, art. 285b.1 Sr. Is voldaan aan klachtvereiste a.b.i. art. 66.1 Sr? Klachtgerechtigde kan bij een delict als het onderhavige zijn bevoegdheid slechts gedurende de in de wet genoemde klachttermijn uitoefenen. Dat betekent dat wanneer voor het instellen van een vervolging een klacht is vereist en klacht niet is ingediend binnen 3 maanden nadat klachtgerechtigde heeft kennis genomen van gepleegd delict, vervolging daarop afstuit. In het geval dat klacht weliswaar niet voldoet aan alle formele wettelijke eisen of niet is ingediend bij bevoegde ambtenaar maar vaststaat dat klachtgerechtigde de vervolging heeft gewenst, zal van die wens binnen die termijn van drie maanden moeten zijn gebleken (vgl. HR:2018:2242). In het geval dat stuk wel aangifte maar geen verzoek tot vervolging inhoudt, kan bestaan van klacht a.b.i. art. 164.1 Sv worden aangenomen als o.g.v. onderzoek ttz. komt vast te staan dat klager tijdig wens had dat vervolging zou worden ingesteld (vgl. HR:1994:ZC8448). Hof heeft vastgesteld dat (i) A, B en C binnen drie maanden na dag waarop zij kennis hebben genomen van gepleegd feit aangifte hebben gedaan en (ii) ieder van hen in aangifte heeft vermeld schade te willen verhalen op verdachte en op de hoogte te willen worden gehouden van verloop en voortgang van zaak. ‘s Hofs mede daarop gebaseerde oordeel dat het niet anders kan dan dat ieder van deze aangevers t.t.v. doen van aangifte de bedoeling had dat vervolging van verdachte zou worden ingesteld, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Geen rechtsregel stond er daarbij aan in de weg dat hof in dat verband daarnaast acht heeft geslagen op omstandigheden dat (iii) aangevers zich als benadeelden hebben gevoegd in strafproces, (iv) A en B een aanvullende verklaring hebben afgelegd bij politie, (v) ieder van hen in eerste aanleg en in hoger beroep op zitting aanwezig was en daar gebruik heeft gemaakt van spreekrecht en (vi) A op zitting bij politierechter heeft verklaard dat het met doen van aangifte zijn bedoeling is geweest om strafvervolging in te stellen. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl