Hof 's-Hertogenbosch 7 februari 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:373
Art. 2 en art. 51 Wet op de accijns, art. 7 en art. 8 Richtlijn 2008/118/EG (Accijnsrichtlijn). Naheffingsaanslag in de accijns. Voorhanden hebben is een Unierechtelijk begrip dat Unierechtelijk moet worden uitgelegd. Uit de Accijnsrichtlijn volgt dat een persoon die bij het voorhanden hebben van accijnsgoederen (door een ander) betrokken is, kan worden aangemerkt als de persoon die de verschuldigde accijns moet voldoen. Naar het oordeel van het hof is belanghebbende betrokken bij het voorhanden hebben van onveraccijnsde sigaretten en is de naheffingsaanslag terecht opgelegd. In het midden kan blijven of belanghebbende zelf voorhanden had. Het strafrechtelijk onderzoek jegens belanghebbende is geseponeerd wegens tijdsverloop. In dat geval berust het beëindigen van de strafrechtelijke procedure niet op een oordeel over de (on)schuld van de verdachte. Daarom kan een oordeel van het hof over feiten die ook in de strafzaak aan de orde waren, geen schending opleveren van het vermoeden van onschuld (EHRM 23 oktober 2014, nr. 27785/10, Melo Tadeu).
De uitspraak op rechtspraak.nl