Hof 's-Hertogenbosch 22 november 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:3899

Naheffingsaanslag in de accijns. Belanghebbende is strafrechtelijk vrijgesproken van het opzettelijk voorhanden hebben van onveraccijnsde sigaretten (ECLI:NL:GHSHE:2023:3037). De strafkamer heeft in het strafarrest niet laten zien of zij het Unierechtelijke begrip ‘voorhanden hebben’ volgens het Unierecht heeft uitgelegd. Dit laat de mogelijkheid open dat de vrijspraak door de strafkamer niet (alleen) berust op het ontbreken van voorwaardelijk opzet, maar (ook) op de feitelijke vaststelling dat belanghebbende de onveraccijnsde accijnsgoederen niet voorhanden had. Het hof mag, gelet op de Melo Tadeu-jurisprudentie, geen twijfel doen ontstaan over de juistheid van de vrijspraak en volgt daarom een aantal feitelijke vaststellingen van de strafkamer. Daarvan uitgaande moet naar het oordeel van het hof het doen en nalaten van belanghebbende worden toegerekend aan zijn werkgever: belanghebbende heeft niet voorhanden. De naheffingsaanslag moet daarom worden vernietigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken