Hof 's-Hertogenbosch 29 mei 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:1803

Art. 2 en art. 51 Wet op de accijns, art. 7 en art. 8 Richtlijn 2008/118/EG (Accijnsrichtlijn). Belanghebbende wordt aangetroffen in een loods met onveraccijnsde sigaretten. Voorhanden hebben is een Unierechtelijk begrip dat Unierechtelijk moet worden uitgelegd. Uit de Accijnsrichtlijn volgt dat een persoon die bij het voorhanden hebben van accijnsgoederen (door een ander) betrokken is, kan worden aangemerkt als de persoon die de verschuldigde accijns moet voldoen. In het midden kan blijven of belanghebbende zelf voorhanden heeft. Belanghebbende is in ieder geval betrokken bij het voorhanden hebben door een ander. In wezen is belanghebbende risicoaansprakelijk voor de onveraccijnsde goederen (ECLI:EU:C:2021:473). In de strafvonnissen heeft de strafrechter niet geoordeeld dat belanghebbende als werknemer is aan te merken (ECLI:NL:HR:2022:659). De strafrechter heeft slechts geoordeeld dat belanghebbende nauw en bewust heeft samengewerkt met medeverdachten en dat sprake was van medeplegen, gelet op de duidelijke rol- en taakverdeling. Immers, zo oordeelde de strafrechter, uit de feiten en omstandigheden volgde dat elke verdachte een eigen taak had en tegelijkertijd sprake was van gezamenlijk verrichtte, nauw op elkaar afgestemde, werkzaamheden ten behoeve van de productie van sigaretten. De naheffingsaanslag blijft in stand.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken