Hof 's-Hertogenbosch 4 december 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:3846

Naheffingsaanslag accijns. Onderzoeken versus doorzoeken: zoekend rondkijken met ‘de handen op de rug’ versus goederen openen. Toezicht versus strafrechtelijke opsporing. Politieambtenaren hebben bij een controle een verhuiswagen waarvan belanghebbende de bestuurder was gecontroleerd. Daarbij hebben de politieambtenaren aangegeven bevoegd te zijn de in die wagen aanwezige kartonnen dozen te openen op grond van artikel 5:19 Awb. Belanghebbende heeft, onder de voorwaarde dat de politieambtenaren daadwerkelijk bevoegd waren, toestemming gegeven de kartonnen dozen te openen. De politie is daartoe overgegaan, heeft onveraccijnsde sigaretten aangetroffen en de inspecteur heeft vervolgens een naheffingsaanslag accijns opgelegd. In geschil is eerst of het bewijsmateriaal onrechtmatig is verkregen en, zo ja, of het toch kan worden gebruikt voor de belastingheffing. Het hof is van oordeel dat de politieambtenaren om drie redenen niet bevoegd waren op grond van artikel 5:19 Awb de dozen te doorzoeken. Ook waren er naar het oordeel van het hof onvoldoende redenen voor de politieambtenaren om gebruik te maken van hun strafrechtelijke bevoegdheid tot het doorzoeken van de verhuiswagen. Het hof is aldus van oordeel dat het bewijs onrechtmatig is verkregen. Vervolgens is in geschil of het bewijs toch kan worden gebruikt voor de belastingheffing. Het beroep van belanghebbende op artikel 6 EVRM faalt. Het hof toetst vervolgens aan het kader van vaste jurisprudentie om te oordelen of het bewijs kan worden gebruikt. Daarbij is het hof eerst van oordeel dat jegens belanghebbende onrechtmatig is gehandeld. Ook door de inspecteur had het bewijs niet op een rechtmatige wijze kunnen worden verkregen; het uitgangspunt dat geen algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn geschonden geldt dus niet. Het hof ziet tenslotte bewijsuitsluiting in dit geval als een gerechtvaardigd en noodzakelijk middel. Door de onjuiste, nadelige voorstelling van zaken doordat de politieambtenaren ten onrechte belanghebbende hebben verteld bevoegd te zijn heeft belanghebbende op grond daarvan toestemming gegeven tot het openen van de dozen. Volstrekt aannemelijk is dat hij die toestemming zonder die onjuiste bevoegdheidsverklaring niet zou hebben gegeven. Dit is ernstig in strijd met de waarborgen die in een rechtstaat gegarandeerd moeten zijn, vormt een ingrijpende inbreuk op belanghebbendes recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en leidt bij een heffing die in de kern is gebaseerd op een risicoaansprakelijkheid tot draconische gevolgen voor belanghebbende. Dit brengt mee dat de bij de doorzoeking inbeslaggenomen sigaretten zijn verkregen op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat het gebruik daarvan als bewijsmiddel door de inspecteur ontoelaatbaar moet worden geacht. De naheffingsaanslag wordt vernietigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken