Hof 's-Hertogenbosch 22 maart 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:945
Belanghebbende woont in Duitsland en beschikt over een tweede, in Nederland gelegen, woning die niet wordt verhuurd. De inspecteur heeft deze woning in de jaren 2017 en 2018 in de vermogensrendementsheffing betrokken. Dit is, volgens belanghebbende, in strijd met artikel 14 EVRM en artikel 1 EP. Het hof stelt voorop dat uit het kerstarrest volgt dat rechtsherstel aan belanghebbende geboden dient te worden. Toepassing van de Wet rechtsherstel box 3 leidt echter niet tot rechtsherstel, aangezien het voordeel uit sparen en beleggen daarmee op een hoger bedrag wordt vastgesteld dan waarmee in de heffing rekening is gehouden. Desondanks verleent het hof rechtsherstel, aangezien uit het kerstarrest volgt dat de compensatie dient aan te sluiten bij het werkelijk behaalde rendement. Tussen partijen staat vast dat de woning geen directe vermogensopbrengst heeft opgeleverd. Het hof laat in het midden of sprake is van een ongerealiseerde vermogenswinst, aangezien dergelijke winst niet aangemerkt kan worden als “werkelijk behaald rendement” in de zin van het kerstarrest. Het hof vernietigt de navorderingsaanslagen IB 2017 en 2018.
De uitspraak op rechtspraak.nl