Rb. Noord-Holland 6 maart 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:7325

Inkomstenbelasting 2016, 2017 en 2018. Tussen partijen is in geschil of de activiteiten die eiser verricht met betrekking tot het maken van elektronische muziek als een bron van inkomen kwalificeren en zo ja of de gegenereerde inkomsten winst uit onderneming vormen. Tevens is de box 3-heffing in geschil. Het geschil spitst zich toe op de vraag of redelijkerwijs voordeel valt te verwachten met de activiteiten. Naar het oordeel van de rechtbank valt redelijkerwijs geen voordeel te verwachten gelet op de geringe omzetten en winsten die geboekt zijn (mede in latere jaren). Volgens de rechtbank moet voor een juiste beoordeling van de objectieve voordeelsverwachting geabstraheerd worden van de fiscale faciliteiten, zoals de willekeurige afschrijving, en aangesloten worden bij het bedrijfseconomische resultaat. Het opgestelde ondernemingsplan en urenoverzicht kan niet tot het oordeel leiden dat aan de voordeelsverwachting is voldaan. Aangaande de box 3-heffing oordeelt de rechtbank dat de Wet rechtsherstel niet tot een lager belast inkomen leidt en dat geen sprake is van een individuele en buitensporige last.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken