Hof 's-Hertogenbosch 19 april 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:1271

Procedure over verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting voor de boekjaren 2006/2007 tot en met 2010/2011 door een in het VK gevestigde “open-ended” beleggingsinstelling. De teruggaafverzoeken die betrekking hebben op de boekjaren 2006/2007 en 2007/2008 falen reeds aangezien belanghebbende noch door overlegging van dividendnota’s noch anderszins aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van “te zijnen laste ingehouden dividendbelasting” in de zin van artikel 10, lid 1, Wet DB. Het hof komt met betrekking tot die boekjaren niet toe aan de vraag of belanghebbende objectief vergelijkbaar is met een in Nederland gevestigde fiscale beleggingsinstelling (hierna: fbi). Het hof komt met betrekking tot de boekjaren 2008/2009 tot en met 2010/2010 wel toe aan die inhoudelijke beoordeling, aangezien de inspecteur voor die boekjaren niet betwist dat dividendbelasting is ingehouden. Belanghebbende is onvergelijkbaar met een fbi, omdat het VK niet aldaar woonachtige of gevestigde aandeelhouders met betrekking tot uit Nederland stammend dividendinkomen niet in de heffing betrekt. Het beroep op de drukvergelijking is onvoldoende onderbouwd. Het hof verleent ook met betrekking tot laatstgenoemde boekjaren geen teruggaaf.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken