Hof Den Haag 28 april 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:871
Zuivere Brummenleer. Rechtbank Den Haag heeft de zaak over een naheffingsaanslag parkeerbelastingen Delft in verband met schending van de hoorplicht teruggewezen naar de heffingsambtenaar om opnieuw een beslissing op bezwaar te nemen. In haar terugwijzingsuitspraak heeft de Rechtbank definitieve oordelen gegeven over een aantal bevoegdheidsvragen. Geen van de partijen heeft tegen de terugwijzingsuitspraak hoger beroep ingesteld. Dit betekent dat de Rechtbank deze bevoegdheidsvragen onherroepelijk heeft beslecht. Deze geschilpunten kunnen partijen in het verdere verloop van de procedure niet opnieuw aan de orde stellen (ABRvS 6 augustus 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AI0801, AB 2003/355, en HR 12 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1084, BNB 2019/163). De Rechtbank heeft in haar uitspraak op het beroep tegen de (tweede) uitspraak op bezwaar ten onrechte opnieuw een oordeel over deze geschilpunten gegeven. Het Hof dient zich eveneens van het geven van een oordeel over deze geschilpunten te onthouden. De klacht dat een vergunninghouderplaats niet als betaaldparkerenplaats kan worden aangemerkt, slaagt evenmin. Volgt ongegrondverklaring van het hoger beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl