Hof Amsterdam 14 juni 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1991
Belanghebbende is samen met zijn zonen vennoot in een Vof. De Vof hield zich in eerste instantie bezig met de import van Italiaanse schoenen. Later wordt de focus verlegd naar de handel in computeronderdelen. Aan de vof worden aanzienlijke naheffingsaanslagen OB opgelegd omdat de Vof over intracommunautaire verwervingen (later alsnog) omzetbelasting verschuldigd blijkt te zijn. Na een zeer lange procedure blijven de naheffingsaanslagen uiteindelijke in stand. In de onderhavige aansprakelijkstellingsprocedure jegens één van de vennoten oordeelt het Hof dat belanghebbende terecht aansprakelijk is gesteld. Alle grieven (o.a is het Europeesrechtelijk verdedigingsbeginsel geschonden, is het recht op invordering verjaard) tegen de aansprakelijkstelling worden dan ook door het Hof verworpen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 51 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 54 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 704 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 711 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 725 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 18 WvK
- Artikel 32 WvK
- Artikel 20 AWR
- Artikel 17b Wet OB
- Artikel 27 Wet OB
- Artikel 30 Wet OB
- Artikel 32 Wet OB
- Artikel 81 Wet OB
- Artikel 27 IW
- Artikel 33 IW
- Artikel 36 IW
- Artikel 51 IW
- Artikel 8:75 Awb
- Artikel 2 BPB
- Artikel 7 EVRM
Aangehaalde uitspraken
- HR 20 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2659
- Conclusie A-G Ettema 12 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:724
- Hof Den Haag 4 november 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3374
- HR 18 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:442
- HR 8 augustus 2014, ECLI:NL:HR:2014:2149
- Rb. Haarlem 22 april 2008, ECLI:NL:RBHAA:2008:849
- HR 11 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT6018
- HR 3 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8106
- Hof, ECLI:NL:GHSHER:2017:2268