Hof Amsterdam 4 november 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:4585

Prejudiciële vraag (art. 392 Rv), effectenleaseovereenkomst; kan de bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging van rechtshandelingen collectief gestuit worden? De aan de Hoge Raad voorgelegde vragen zijn: - strekt de stuitende werking op de voet van art. 3:316 BW van een collectieve vordering in de zin van art. 3:305a BW zich uit tot de verjaring van de buitengerechtelijke bevoegdheid tot vernietiging van rechtshandelingen krachtens art. 1:89 BW?; en bij een bevestigend antwoord op die vraag, - leidt alsdan een buitengerechtelijke vernietigingsverklaring van voor het tijdstip waarop de in art. 3:316 lid 2 BW bedoelde termijn van zes maanden is verstreken tot hetzelfde rechtsgevolg als het instellen van een nieuwe eis in de zin van die bepaling?

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken