Rb. Amsterdam 18 september 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:5910
Vervolg op Rb. Amsterdam 26 juni 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:4617. Rechtbank stelt Hoge Raad ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing de volgende rechtsvraag: Kan een rechtspersoon in de zin van artikel 3:305a lid 1 BW, uit hoofde van zijn aan dit artikel ontleende bevoegdheid, op de voet van artikel 3:317 lid 1 BW de verjaring stuiten van rechtsvorderingen van personen wier gelijksoortige belangen hij ingevolge zijn statuten behartigt, strekkend tot nakoming van verbintenissen tot schadevergoeding te voldoen in geld?
De uitspraak op rechtspraak.nl