Rb. Amsterdam 18 februari 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:1043
Effectenlease, artikel 1:88 en de stuitende werking van een collectieve vordering ex artikel 3:305a BW. Vraag of HR 9 oktober 2015 (JOR 2015/337 m.nt. mr. T.M.C. Arons, ECLI:NL:HR:2015:3018) tot gevolg heeft dat er geen sprake kan zijn van verjaring van de bevoegdheid tot vernietiging van effectenlease-overeenkomst(en) ex artikel 1:88 BW, indien er een buitengerechtelijke vernietiging heeft plaatsgevonden vóór het verlopen van de opt-out termijn op 1 augustus 2007. Deze termijn is bepaald bij de verbindendverklaring van de Duisenbergregeling (WCAM-overeenkomst) op 25 januari 2007. Overwogen wordt dat de Hoge Raad een effectieve en efficiënte rechtsbescherming van de belanghebbende voor ogen staat, en dat daaruit volgt dat tot uitgangspunt moet worden genomen dat de verjaring van de bevoegdheid) is gestuit indien uiterlijk zes maanden na deze verbindendverklaring, dat wil zeggen uiterlijk op 25 juli 2007, een buitengerechtelijke vernietigingsverklaring is afgegeven, mits die bevoegdheid niet reeds was verlopen bij het aanhangig maken van de collectieve vordering op 13 maart 2003. Tussenvonnis zie: ECLI:NL:RBAMS:2015:9923.
De uitspraak op rechtspraak.nl