CRvB 25 februari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:455

Afwijzing aanvragen om bijstand. Geen afgeleid verblijfsrecht bij zoon. Geen recht op bijstand vanwege procedureel verblijfsrecht. Appellant ontleende in de te beoordelen periodes aan artikel 20 van het VWEU geen afgeleid verblijfsrecht, en als gevolg daarvan kon hij niet op grond van artikel 11, tweede lid, van de PW met een Nederlander gelijk worden gesteld. Het college heeft de aanvragen om bijstand terecht afgewezen. Er was in de te beoordelen periodes geen sprake van een afhankelijkheidsverhouding als bedoeld in het arrest Chavez-Vilchez. De zoon woonde vanaf de geboorte bij zijn moeder en appellant droeg financieel niet bij aan de zorg voor de zoon. Appellant heeft ook geen recht op bijstand vanwege een procedureel verblijfsrecht. Het feit dat appellant in afwachting was van een beslissing op zijn aanvraag om toetsing aan EU-recht en vervolgens in afwachting van een beslissing op bezwaar tegen de afwijzing van die aanvraag rechtmatig verblijf had, betekent niet dat hij in die periode rechthebbende was.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken