CRvB 25 februari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:455
Afwijzing aanvragen om bijstand. Geen afgeleid verblijfsrecht bij zoon. Geen recht op bijstand vanwege procedureel verblijfsrecht. Appellant ontleende in de te beoordelen periodes aan artikel 20 van het VWEU geen afgeleid verblijfsrecht, en als gevolg daarvan kon hij niet op grond van artikel 11, tweede lid, van de PW met een Nederlander gelijk worden gesteld. Het college heeft de aanvragen om bijstand terecht afgewezen. Er was in de te beoordelen periodes geen sprake van een afhankelijkheidsverhouding als bedoeld in het arrest Chavez-Vilchez. De zoon woonde vanaf de geboorte bij zijn moeder en appellant droeg financieel niet bij aan de zorg voor de zoon. Appellant heeft ook geen recht op bijstand vanwege een procedureel verblijfsrecht. Het feit dat appellant in afwachting was van een beslissing op zijn aanvraag om toetsing aan EU-recht en vervolgens in afwachting van een beslissing op bezwaar tegen de afwijzing van die aanvraag rechtmatig verblijf had, betekent niet dat hij in die periode rechthebbende was.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 13 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3693
- CRvB 23 april 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:874
- CRvB 18 oktober 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2017
- CRvB 20 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:151
- ABRvS 12 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2530
- CRvB 20 mei 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2354
- ABRvS 24 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:722
- CRvB 20 juli 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN3318
- CRvB 23 april 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BI3430
- CRvB 26 juni 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AB2276
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2017:354
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:602
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2022:354
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2023:499