CRvB 23 april 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:874
Intrekking van bijstand. Verblijfsrechtelijke status. Het college heeft voorafgaand aan het besluit (telefonisch) contact gehad met de IND over de verblijfsrechtelijke status van appellante. In de rapportages die naar aanleiding van deze contacten zijn opgemaakt is enerzijds vermeld dat appellante een EU-verblijfsrecht heeft gehad dat vervolgens is ingetrokken, en is anderzijds vermeld dat appellante nooit een EU-verblijfsrecht heeft gehad. Ook is niet duidelijk geworden op basis van welk rechtmatig verblijf het college aan appellante bijstand heeft toegekend en naar aanleiding van welke wijzigingen de verblijfscodes zijn aangepast. Nu er geen duidelijkheid is over de verblijfsrechtelijke status van appellante kan niet worden beoordeeld of appellante in de te beoordelen periode behoorde tot de kring van rechthebbenden als bedoeld in artikel 11 van de PW en of het college tot intrekking van de bijstand mocht overgaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl