CRvB 4 maart 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:551

Verzoek om een regularisatieovereenkomst te sluiten. De Raad acht de door de Svb omschreven gedragslijn niet onredelijk, in die gevallen waarin sprake is van eenzelfde feitencomplex voor de tijdvakken waarop de verzoeken betrekking hebben. Anders dan in de genoemde uitspraak van de Raad van 19 december 2019, gaat het in het voorliggende geval om gelijke omstandigheden gedurende de tijdvakken in geding. Daarom heeft de Svb zijn afwijzende beslissing op het verzoek bij het bestreden besluit mogen handhaven. Voor zover al geoordeeld zou kunnen worden dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en niet van een deugdelijke motivering is voorzien, wordt deze schending van de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Awb gepasseerd met toepassing van artikel 6:22 van de Awb, omdat aannemelijk is dat de belanghebbenden door deze schending niet zijn benadeeld. Ook als dit gebrek zich niet had voorgedaan, zou een besluit met een gelijke uitkomst zijn genomen. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd voor zover daarbij het beroep van betrokkene gegrond is verklaard, het bestreden besluit is vernietigd, en het primaire besluit is herroepen. Verder zal het beroep van betrokkene in zijn geheel ongegrond worden verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken