CRvB 19 december 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:4230

De Svb beslist in zijn vaste praktijk afwijzend op verzoeken om een procedure tot het sluiten van een regularisatieovereenkomst te starten, indien er in de fiscale kolom nog een procedure loopt over de ingevolge de aanwijsregels toe te passen wetgeving. De Raad acht dit beleid niet onredelijk, hoewel recente rechtspraak ( ECLI:NL:HR:2018:1725; ECLI:NL:CRVB:2019:2817 en ECLI:NL:GHSHE:2019:3139) wellicht aanleiding geeft tot een andere benadering in de toekomst. De Svb heeft ter zitting te kennen gegeven hierover met andere betrokken Nederlandse organen in overleg te zijn getreden en uiteengezet dat verschillende oplossingsrichtingen denkbaar zijn. Waar het hier gaat om een discretionaire bevoegdheid in het kader van een veelomvattende problematiek, ligt een terughoudende rechterlijke opstelling vooralsnog in de rede. De Svb heeft ter zitting te kennen gegeven dat zijn vaste gedragslijn mede omvat dat geen besluit over regularisatie wordt genomen zolang over een deel van de tijdvakken in geding nog een procedure loopt in de fiscale kolom. De Raad kan een dergelijke vaste werkwijze niet afleiden uit een aantal andere bij de Raad voorliggende dossiers. De Raad ziet niet in waarom in dit specifieke geval, anders dan in vergelijkbare zaken, de besluitvorming over het 2010 diende te wachten totdat in de fiscale kolom definitief was besloten over de jaren 2013 en 2014. Betrokkene is over het jaar 2010 onnodig lang in het onzekere gelaten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken