CRvB 14 februari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:672

Rechtspraak van de Raad met betrekking tot invoering van artikel 7a van de AOW. De Raad begrijpt de Beleidsregel Eigendomsrecht” SB2191 zo, dat de Svb bij onder meer de toepassing van de AOW een werkinstructie (SB2191) hanteert om te bepalen of een voorgenomen besluit inbreuk maakt op het recht van ongestoord genot van zijn eigendom van de aanvrager van het AOW-pensioen. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat de enkele toetsing of een betrokkene aan de voorwaarden van de OBR voldoet, niet valt aan te merken als een deugdelijk individueel feitenonderzoek naar het bestaan van een onevenredig zware last tijdens het AOW-gat. Gebleken is dat SVB inmiddels ook de inkomens- en vermogenspositie van een betrokkene tijdens het AOW-gat in ogenschouw neemt. Hiermee wordt naar het oordeel van de Raad voldaan aan het vereiste van een deugdelijk en individueel feitenonderzoek in de zin van de in 4.1 genoemde uitspraken van de Raad. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat niet is gebleken dat in het geval van appellant sprake is van een onevenredig zware last.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken