Rb. Limburg 14 januari 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:158

Het beroep ziet met name op de latere ingangsdatum van de AOW-uitkering als gevolg van de invoering van artikel 7a van de AOW per 1 april 2012. De rechtbank oordeelt - anders dan eiser heeft beoogd - dat geen sprake is van ongerechtvaardigde inmenging in het eigendomsrecht van eiser en ook geen sprake van een onevenredig zware last. De rechtvaardigingsgrond voor de wetswijziging per 1 april 2012 is uitsluitend gebaseerd op de toenmalige situatie. Of de macro-economische ontwikkeling zich jaren later nu wel of niet heeft doorgezet is daarom niet van belang. Het is aan de wetgever om de wet opnieuw te wijzigen als hij daartoe gelet op de huidige situatie, aanleiding ziet. De schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn stelt de rechtbank vast op € 1.500,-. Bij de bepaling van de totale duur van de redelijke termijn heeft de rechtbank de periodes 28 mei 2013 tot 18 juli 2016 en 18 juli 2016 tot 22 oktober 2021 buiten beschouwing gelaten. Bij de vergoeding van de proceskosten wegens het verzoek om schadevergoeding past de rechtbank voortaan de wegingsfactor 0,25 toe in plaats van 0,5.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken