CRvB 17 juni 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1946

Herziening WW-uitkering. Maatregel. Terugvordering. Boete. Appellant verbleef op vrijdag anders dan voor vakantie in het buitenland en had over die dag geen recht had op uitkering. Dat appellant voordat hij werkloos werd gewend was van maandag tot en met donderdag te werken, zodat hij de vrijdag ter vrije besteding had, maakt dit niet anders. Artikel 30, vijfde lid, van de WW bepaalt dat de uitkering wordt uitbetaald over vijf dagen per week. Over een van deze vijf dagen, de vrijdag, en dus over 6,4 uren had appellant geen recht op uitkering. Het Uwv heeft over deze uren onverschuldigd betaald. Geen dringende redenen gelegen om van terugvordering af te zien. Appellant heeft zijn inschrijving als werkzoekende bij Uwv Werkbedrijf niet tijdig verlengd. Geen sprake van verminderde verwijtbaarheid. Appellant heeft verzuimd aan het Uwv mee te delen dat hij op vrijdag in het buitenland verbleef, terwijl hem redelijkerwijs duidelijk had kunnen zijn dat dit van invloed zou kunnen zijn op zijn recht op uitkering. De boete van € 180,- is evenredig.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken