CRvB 18 oktober 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3395
Verzoek om toekenning van een waarnemingstoelage in verband met de door appellant verrichte tijdelijke werkzaamheden, ten onrechte afgewezen. Het Rechtspositioneel Kader is naar het oordeel van de Raad niet van toepassing op de tijdelijke werkzaamheden van appellant, zodat de korpschef de afwijzing van de aanvraag van appellant hierop niet heeft mogen baseren. De Raad is voorts, anders dan de korpschef, van oordeel dat in het geval van appellant sprake is van het tijdelijk verrichten van een samenstel van werkzaamheden dat een andere functie vormt dan die van appellant zelf. Voor de Raad staat voldoende vast dat de door appellant verrichte tijdelijke werkzaamheden als [functie 3] met ingang van 1 juli 2016 naadloos zijn overgegaan in de door appellant met ingang van laatstgenoemde datum beklede LFNP-functie van [functie 5]. De Raad heeft niet kunnen vaststellen dat er met betrekking tot het takenpakket van appellant als zodanig na 1 juli 2016 iets is veranderd. Het voorgaande betekent dat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd en niet in stand kan blijven.
De uitspraak op rechtspraak.nl