CRvB 1 oktober 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK0687
De Raad stelt vast dat artikel 54a van het Barp de politieambtenaar ook in geval van invaliditeit die voortvloeit uit een beroepsziekte, een aanspraak op smartengeld geeft. Naar vaste rechtspraak (zie CRvB 20 maart 2003, LJN AF6575 en TAR 2003, 119) ontlenen individuele (politie)ambtenaren hun rechtspositionele aanspraken aan ter bepaling van hun rechtspositie gegeven algemeen verbindende voorschriften en in dat kader gegeven beleidsregels en niet aan een arbeidsvoorwaardenakkoord of het ontbreken daarvan. Evenmin kan de Raad betekenis toekennen aan het gegeven dat de collectieve dienstongevallenverzekering die de korpsbeheerders hebben afgesloten, geen dekking geeft bij invaliditeit die voortvloeit uit een beroepsziekte. De korpsbeheerder dient alsnog te (laten) onderzoeken of en in welke mate de beroepsziekte van appellant heeft geleid tot invaliditeit en welk percentage van het maximumbedrag aan smartengeld bij die mate van invaliditeit past. Voor zover nodig wijst de Raad er daarbij op dat de zogenoemde AMA-Guides for the Evaluation of Permanent Impairment ook criteria geven voor het vaststellen van het invaliditeitspercentage bij invaliditeit wegens psychische klachten. Vernietiging uitspraak en besluit.
De uitspraak op rechtspraak.nl