CRvB 28 november 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3829
De wijziging van de Regeling vaststelling LFNP heeft betrekking op dynamisch onderhoud van het LFNP, zulks met gebruikmaking van het instrument Process-flow. Verwijzing naar ECLI:NL:CRVB:2018:922. De in deze situatie genoemde matchingsbesluiten moet in dit geding als een gegeven worden beschouwd. De keuze van de regelgever om de regeling terug te laten werken tot en met 7 juli 2016 acht de Raad niet onaanvaardbaar. Geen sprake van strijd met verbod van willekeur als door betrokkene bedoeld. De door de korpschef gegeven nadere toelichting mede in aanmerking genomen, ziet de Raad geen grond om de voor de plaatsing gehanteerde ingangsdatum onjuist te achten. De korpschef komt een ruime vrijheid toe bij het bepalen van de inrichting van zijn organisatie. Wat betreft toekenning OVW-periodieken met ingang van 1 juli 2016, verdraagt deze handelwijze van de korpschef zich niet met de aan bestuurlijke besluitvorming te stellen eisen van consistentie en gelijke behandeling, en komt zij aldus in strijd met het verbod van willekeur en met het gelijkheidsbeginsel. Geen afdoende verklaring gegeven voor het verschil in benadering van enerzijds de medewerkers van de afdeling OBT en anderzijds betrokkenen. Voor een verdergaande terugwerkende kracht dan 1 juli 2016, het moment waarop de bij de afdeling OBT van het PDC werkzame politieambtenaren OVW-periodieken toegekend hebben gekregen, bestaat echter geen grond. De Raad zal zelf in de zaak voorzien. De Raad stelt, met de rechtbank, vast dat de Coulanceregeling geen grondslag vindt in enig wettelijk voorschrift. Ook niet in artikel 17, eerste lid, van het Bbp. De Coulanceregeling heeft het karakter van buitenwettelijk, begunstigend beleid. Geen aanleiding voor het oordeel dat de korpschef zijn beleid ten aanzien van betrokkenen niet consistent heeft toegepast.
De uitspraak op rechtspraak.nl